Waarom ik mijn dochter van 3 nog draag?

‘Mama mag ik bij jou?’ vraagt mijn dochter regelmatig. Ze heeft dan even behoefte om te knuffelen, om tot rust te komen bij mij. Dat kan op schoot, maar ook heerlijk in de ergonomische drager of doek. Ze heeft huidhonger, behoefte aan nabijheid. Dat is niet iets wat alleen baby’s nodig hebben. Huidhonger houdt niet plotseling op te bestaan en we blijven eigenlijk heel ons leven behoefte hebben aan aanraking. Zeker peuters, die heel actief de wereld willen verkennen en heel wat prikkels te verwerken krijgen, hebben een stevige veilige basis nodig waar ze naar kunnen terugkeren. Peuters hebben nog steeds veel behoefte aan veilig en dichtbij mama of papa zijn. Dus ja, mijn dochter mag bij mij. Dichtbij. Altijd.

Ook hebben peuters een primaire behoefte om deel uit te maken van jouw leven. Ze willen bij je zijn, alles zien wat je doet en in interactie met je zijn. Een draagdoek of ergonomische drager biedt jou en je kind de mogelijkheid om nabijheid en aandacht te ervaren, terwijl je ondertussen eventueel ook nog andere taken kunt verrichten. Het is zo gezellig om met mijn dochter op mijn rug door de stad te hobbelen en ondertussen te kletsen over alles wat we tegen komen, wat ze meegemaakt heeft of wat ze allemaal denkt.

Dragen blijft natuurlijk ook heel praktisch. Op oneffen terrein, in het bos, op het strand, in de bergen, op reis blijft de draagdoek of ergonomische drager een handiger transportmiddel dan een buggy. Grote kans dat je kindje veel zelf wil lopen, maar het soms ook ineens moe wordt onderweg. Het is erg handig en fijn dat je dan je kindje kan dragen en even de rust kan geven die het nodig heeft. Kijk op zaterdagmiddag in het centrum eens om je heen hoeveel mensen een groter kindje aan het dragen zijn, vaak op de heup of op de nek. Ze zijn moe, hangerig en willen ineens niet meer lopen. Mensen blijven dragers, dus onze kinderen komen dan al gauw letterlijk aan of op ons te hangen. Met een drager gaat dat een stuk makkelijker dan op armkracht. Een  buggy heb ik nooit gebruikt, omdat ik om bovenstaande redenen het dragen fijner vind en daar zelf ook echt van geniet. Het is een ‘way of life’ geworden. Ook brengt het ons op reis op plekken waar we anders met een klein kindje niet hadden kunnen komen. Reizen is een grote hobby van ons, dus het dragen speelt hierin ook een grote rol.

‘Is het dragen van een peuter of kleuter niet te zwaar?’. Natuurlijk is je peuter zwaarder dan een pasgeboren baby, maar als je je peuter in een goede ergonomische drager of in de juiste ergonomische houding in een draagkrachtige draagdoek hebt geknoopt, wordt het gewicht goed verdeeld over je lichaam en is het dragen van je peuter heel goed te doen! Vaak draag je ook kortere stukjes, waardoor het al helemaal goed vol te houden is. Bijkomend voordeel; je hoeft niet meer naar de sportschool, want je doet onderweg meteen aan je workout. Laat je wel goed adviseren over de juiste doek of drager voor jou en je kindje, want goed passend advies kan veel opleveren aan draaggemak.

En tja, ik draag mijn dochter ook nog steeds omdat het kan! Er gaat straks een tijd komen (een hele lange tijd) waarin ik mijn dochter niet meer bij me kan dragen, dus zolang het kan, zal ik dat met heel veel liefde doen. Zo lekker knuffelen met je kindje is toch heerlijk?

Soms zeggen beelden ook gewoon meer dan woorden, dus bekijk de foto’s in deze blog, waarvan mijn draaghart smelt. Hopelijk die van jullie ook! #wearallthetoddlers

 

Slaap kindje slaap, je kindje is een aap

‘Mama, kijk eens wat ik kan?’ Mijn dochter doet haar armen om mijn nek en haar benen om mijn heupen en klemt zich stevig vast. ‘Laat maar los mama, ik kan zonder draagdoek aan jou hangen!’ Ik laat los en ja hoor, daar hangt ze, zonder draagdoek in de perfecte ergonomische M-houding. Geen geknoop met een draagdoek of geklik met een drager. Ze blijft gewoon hangen! ‘Ben jij een aapje?’, vraag ik haar. ‘Ja ik ben een aap’, roept ze giechelend en trots.

En weet je wat? Het is ook nog echt zo. Mijn dochter is instinctief en biologisch gezien net een klein aapje. Geboren met twee handjes die meteen stevig konden grijpen, met twee naar binnen gebogen beentjes en voetjes, die reflexmatig in een perfecte hurk-spreid houding omhoog gingen bij het optillen én een gebold ruggetje passend bij de natuurlijke houding van een ‘jong’ dat gedragen wil worden. En haar Mororeflex ook wel ‘omklemmingsreflex’ genoemd, was ook duidelijk aanwezig. ‘Als ik val dan grijp ik me meteen vast aan de vacht van mama’, bedacht mijn dochter zich instinctief.

Viel dat even tegen! Dat mijn vacht alleen nog maar bestaat uit een laagje kleine donshaartjes waar zij met geen mogelijkheid aan kon blijven hangen. Ik ben er zelf wel blij mee dat ik niet met een apenvacht door het leven hoef, maar arme dochter, zij had zich toch wel graag vast willen grijpen aan mij.

Ik verzin dit niet zelf, hoor. Het zit namelijk zo dat in de natuur drie soorten zoogdieren te onderscheiden zijn; nestblijvers, nestvlieders en draaglingen. Konijnen en vossen zijn nestblijvers. Zij worden vaak naakt, blind en doof geboren en blijven urenlang alleen achter in hun nest als hun moeder op pad is. Ze geeft haar jongen daarom vetrijke moedermelk. De jongen houden zich keurig stil in hun nest als moeder weg is. Ze weten instinctief dat ze opgevreten worden als ze geluid maken. Nestvlieders worden geboren als kleine miniaturen van hun ouders. Giraffes en hertjes bijvoorbeeld. Zij staan meteen op na de geboorte, alle zintuigen werken en ze volgen hun moeder overal. Zij krijgen eiwitrijke melk voor een snelle groei en drinken regelmatig even een ‘milk-on-the-go’. Wanneer ze moeder kwijt zijn, is er paniek! Ze schreeuwen ‘Help! De leeuwen liggen op de loer! Mama bescherm me.’ Klinkt logisch toch?

IMG_3208

En dan zijn daar de draaglingen, zoals apen. Zij worden hulpeloos geboren, maar alle zintuigen werken. Ze worden gevoed met koolhydraatrijke moedermelk, afgestemd op de vraag van een snelle hersenontwikkeling. Minder vet en eiwitrijk. Draaglingen hebben vaak voeding nodig, vanwege de snelle vertering en ze verzekeren zich van fysieke en emotionele veiligheid door tegen het lijf van hun moeder gedragen te worden. Zo kunnen ze vaak drinken en voelen ze zich actief beschermd. Wanneer draaglingen gescheiden worden van hun moeder, roepen ze om contact met hun moeder te herstellen. ‘Mama, waar ben je? Houd me vast!’

Het komt misschien nu niet meer als een verrassing dat onze kindjes draaglingen zijn. Met een natuurlijke behoefte aan nabijheid, warmte en veiligheid van hun moeder of vader. Het huid-op-huid-contact en de vele interactie met de moeder of vader, zorgt voor een veilige hechting en draagt bij aan de lichamelijke, sociale en emotionele groei van je kindje.

Stiekem zijn wij soms een beetje jaloers op die vossenmama’s die gewoon uren lang ‘me-time’ hebben als de vossenkids liggen te ronken in hun nest en zich nog netjes stil houden ook! Maar onze kindjes willen liever bij ons zijn, willen gedragen worden. Zij hebben geen boodschap aan onze drukke agenda’s. Weg vacht, kom maar door met die draagdoeken in al die prachtige kleuren en printjes! En zal ik je eens een geheimpje vertellen? Eenmaal dragend en knuffelend, kom je er al gauw achter dat dat eigenlijk ook je eigen instinct is. Het veilig en nabij dragen van je kindje voelt heel natuurlijk en is het fijnste ooit!